• Pagina afdrukken:print
  • Tekstgrootte aanpassen:AA A

De werking van het NESS L300 Plus-systeem

De volgende grote stap op het gebied van looprevalidatie

Het L300 Plus-systeem combineert het bekroonde NESS L300-systeem voor patiënten met een sleepvoet met een FES-bovenbeenorthese die het strekken en buigen van het bovenbeen tijdens het lopen optimaal begeleidt.

Het gebruik van FES met nauwkeurig opeenvolgende pulsen

Het L300 Plus-systeem past Functionele Elektro Stimulatie (FES) toe om de spieren in het been te activeren voor een beter looppatroon.
Het resultaat is een natuurlijker manier van lopen en daarnaast voelt de patiënt zich veiliger en zekerder.1

Componenten van het L300 Plus-systeem

Het L300 Plus-systeem is ontworpen om tegemoet te komen aan de behoeften van uw patiënten en om het best mogelijke resultaat te bewerkstelligen.

Elk component is ontworpen om via draadloze communicatie samen te werken voor een optimale prestatie:

L300 Plus System Components 1. Comfortabele beenorthese (FS)
Een beenorthese die de voetspieren activeert en een precieze en reproduceerbare elektrodenpositionering biedt.

2. Bovenbeenorthese (FS)
Een innovatieve, lichtgewicht neuroprothese die de hamstring of de quadriceps stimuleert.

3. Intelli-Gait® Voetsensor
Een draadloze sensor die veranderingen in het looppatroon opmerkt bij het lopen op oneffen ondergronden, bij veranderingen in hoogte en in loopsnelheid.

4. Draadloze Afstandsbediening
Een draagbare unit die draadloos communiceert met de ortheses om programma's  te kiezen en stimulatieparameters in te stellen.

De bedieningsunit werkt ook samen met de programmeerunit van de arts/therapeut, zodat u de stimulatieparameters kunt instellen, aanpassingen kunt maken die automatisch worden opgeslagen in het patiëntendossier, de voortgang m.b.t. lopen kunt bijhouden en de mate waarin de patiënt zich houdt aan de adviezen kunt monitoren.

1. Hausdorff JM, Ring H. 2006. The effect of a new lower-limb neuroprosthesis on physical and social functioning. J Neurol Phys Ther. 30(4):207